Overwintering Spitsbergen 2002/2003

De Bemanning

Mark van de WegDeze tocht ondernemen we met zijn tweeën of eigenlijk met zijn vieren. Marina en Mark en hun twee Groenlandse trekhonden Imiak en Maaiken.

Eerst maar eens de honden voorstellen. Imiak en Maaiken zijn in 1995 geboren, Imiak op het vasteland en Maaiken op Spitsbergen. Het contrast tussen de twee kan bijna niet groter, Imiak is de beer van de twee terwijl Maaiken voor een poolhond maar een ukje is. Imiak is zwart, groot en heeft een zeer onheilspellende kop. Hij zit, leeft naast deur van Marina’s huis op de veranda, geen vreemde zal het in zijn hoofd halen om langs hem heen te lopen en ongevraagd naar binnen te gaan. Bekenden weten dat hij de goedheid zelve is en zich kan laten knuffelen als een schoothondje. Imiak is ook een hele trotse hond, hij begrijpt commando’s veel beter dan Maaiken. Als er voor hem een bijzondere taak is weggelegd begrijpt hij dat ook en zal laten zien dat hij kan wat er van hem gevraagd wordt. Dan zie je aan heel zijn lichaamstaal, hier ben ik, de fiere sterke hond die alles kan. Maar dan Maaiken, Maaiken is voor een poolhond wat klein uitgevallen, lichtbruin van kleur en met een heel hoge aaibaarheids factor.

Imiak & Maaiken

Tegen Imiak kan ze wel eens sacherijnig zijn maar tegen mensen nooit. Met skiën kan ze trekken als geen ander maar slechts tot ze weer dicht bij Marina is. Als ze naast haar kan lopen zal ze bijna niet trekken, laat ik me dan weer terugvallen dan komt ze weer op gang. Hoe groter de afstand tussen mij en Marina hoe harder ze trekt. Vooruit skiën met Maaiken lukt mij dan ook zelden dan moet ik Imiak hebben. De honden leven altijd buiten in weer en wind ze hebben wel een hok maar gebruiken dat niet in de winter hoe koud en winderig het ook is. Ze gebruiken hun hok alleen maar in de zomer als het regent of omdat ze de zon te warm vinden. We nemen ze ook wel eens een half uurtje in huis maar dan willen ze er toch wel weer graag uit. Dat is ze al snel veel te warm. Als we eind augustus naar de Liefde fjord zeilen nemen we ze aan boord. Als er geen water aan dek komt kunnen ze op het voordek anders moeten ze in de kuip. Dan mogen we wel oppassen met schoten e.d. want alles is nieuw voor ze en reuze interessant. In Liefdefjord zullen ze aan land moeten leven tot er genoeg sterk ijs in de baai is zodat ze een plekje naast het schip kunnen krijgen.

Mark van de WegMarina van Dijk is 34 jaar en Nederlandse van geboorte maar is in 1990 naar Noorwegen gegaan. Ze is goudsmid en werkte 6 jaren in Kautekeno, Lapland noord Noorwegen. Daar is een bekende grote goudsmederij Jules genaamd. Goudsmeden uit alle uithoeken van de wereld komen daar werken op stuks basis, wanneer je werkt en hoe snel of traag doet er niet toe, wat je aflevert telt. Een vrij leventje dus en dat past Marina. Ze woonde daar jaren in een hutje zonder stormend water naast de rivier. In 1994 gingen Noorse kennissen van haar naar Spitsbergen om op een vangststation te leven. In de zomer is zij daar ook enkele maanden geweest. Echt in the middle of nowhere. In een, zeg maar grote berghut aan de kust. Vangststations ofwel trapperstations zijn de hutten van pelsjagers van vroeger. Dat gebeurt nu niet meer maar deze hutten worden nog altijd gebruikt voor overwinteraars, dons verzamelaars wetenschappers e.d. Of in de zomer door mensen uit Longyearbyen. Na een korte periode in Noorwegen komt ze in voorjaar ’95 weer naar het station om daar samen me vriendin Mariane 5 maanden te leven. Dan bedenkt Marina ook dat ze wel op Spitsbergen zou willen wonen en daar een eigen goudsmid werkplaats beginnen. Al meer vrienden uit Kautekeno wonen in Longyearbyen de hoofdplaats (1400 inwoners) van heel Spitsbergen.

Ze pacht een stuk land en bouwt daar samen met vriend Hans Arvid een huis / annex werkplaats. Die klus moet in de korte arctische zomer geklaard worden. In het najaar wordt het al snel te koud en winderig om buiten ook nog maar iets vast te pakken. Marina bouwt langzaam haar clientèle uit en vooral het toerisme koopt makkelijk iets dat terplaatse geproduceerd is en veel invloeden van de Arctic in zich heeft. Ze verkoopt bijna niet meer aan huis maar via de grootste winkel. Als die maar voldoende voorraad heeft kan zij er voor maanden tussen uit. Zo zeilt ze in ’97 met Mark 3 maanden naar Groenland. Ook exposeert ze continue haar werk in de galerij.

Mark van de Weg ging op 14 jarige leeftijd met zijn broers en zus een weekje naar een zeilschool in een oude melkfabriek in Friesland. Misschien wilde de ouders wel eens een weekje alleen hebben, hoe het ook zij sindsdien heeft zeilen zijn leven bepaald. Van een polyester schakel op het Veerse meer groeide de boten langzaam in lengte en het vaargebied werd verlegd naar de kust en Engeland. Op verschillende zeilscholen gaf hij les en collega instructeurs vonden zijn gezeur over een wereldomzeiling te groot voor de plassen waarop lesgegeven werd. Of te wel, ga nou maar gewoon lesgeven in je 16 m2 en verder droom je maar in bed. Hij kon het niet bij dromen laten en zeilde met Jolanthe in een heel eenvoudig klassiek houten zeiljacht van negen meter rond de wereld tussen 1985 en 1989. Vier jaar lang in de tropen volgens de passaat route. Al die tijd konden ze doen en laten waar ze zin in hadden alleen de weersseizoenen bepaalde hun vaarschema. Na terugkomst in Nederland probeerde hij eerst een paar banen maar dat was moeilijk wennen. Dus begon hij voor zichzelf met een jachtservice bedrijf en bouwde zelf de Jonathan II. Daarmee zeilde hij met wisselende bemanning naar de Azoren, Groenland, Spitsbergen, IJsland en later met Marina nog eens naar Groenland. Gegrepen door de Arctic, het zeilen daar maar ook de jaarlijkse ski trektochten met Marina en haar honden hebben tot de Jonathan III geleid. Dat schip werd de laatste drie jaren gebouwd speciaal voor Arctische tochten.

  Terug... Volgende...

of spring meteen naar een van de items:

 

Klik om de foto te sluiten ...